Hoe komt het dat je zo weinig zelfvertrouwen lijkt te hebben

Hoe komt het toch dat je zo weinig zelfvertrouwen lijkt te hebben?

Zelfvertrouwen.
Het vertrouwen in jezelf.
Het vertrouwen dat je het wel kunt.
Wat dat ‘het’ dan ook mag zijn.

Wist jij dat er ontzettend veel wordt gezocht op bijvoorbeeld ‘weinig zelfvertrouwen’.
Of op ‘Hoe kan ik mijn zelfvertrouwen vergroten?’
Het lijkt wel alsof we massaal denken of geloven dat we geen zelfvertrouwen hebben.

Lang heb ik ook rondgelopen met de overtuiging dat ik weinig zelfvertrouwen had.
En dat maakte me nieuwsgierig.

Want wat is zelfvertrouwen eigenlijk?
Hoe krijgen we zelfvertrouwen?
Maar ook, waardoor raken we ons zelfvertrouwen kwijt?
En klopt het wel dat we geloven dat we zo weinig zelfvertrouwen hebben?

De antwoorden die ik hierop gevonden, deel ik hier met je.

Wat is zelfvertrouwen?

Het eerste waar je aan denkt bij zelfvertrouwen, is dat zelfvertrouwen het vertrouwen is dat je iets kunt. Dat je ergens goed genoeg in bent. Dat zelfvertrouwen komt door hoe vaardig je ergens in bent. Of sterker nog, hoe vaardig je ergens in gelooft te zijn.

Geloven in je eigen kunnen is zeker een onderdeel van zelfvertrouwen. Dit is ook wat het was volgens de grondlegger van de psychologie, William James: de vaardigheid om succes te behalen. Door te oefenen werd je ergens beter in en kreeg je meer zelfvertrouwen.

Maar zelfvertrouwen is meer dan dat. Als we een kijkje nemen in het Engels zien we hoeveel breder zelfvertrouwen is.

Zelfvertrouwen in het Engels

Waar wij maar één woord hebben voor zelfvertrouwen, heeft het Engels er meerdere: self-reliance, self-assurance, self-trust en natuurlijk self-confidence.

Die laatste is vaak het eerste Engelse woord waar we aan denken bij zelfvertrouwen. Deze komt ook het dichtst bij waar wij vooral aan denken bij zelfvertrouwen: geloven in je eigen vaardigheid.
Maar ook de andere woorden zijn vormen van zelfvertrouwen:

  • Self-reliance: geloven dat je van jezelf afhankelijk kunt zijn en dus onafhankelijk van anderen.
  • Self-assurance: geloven in je eigen ideeën, beslissingen en meningen.
  • Self-trust: geloven in je eigen betrouwbaarheid.

Deze laatste vind ik persoonlijk een schitterende vorm van zelfvertrouwen. Als jij jezelf iets beloofd, kom je dan je afspraken na? Hoe integer ben jij richting jezelf? Hoe sterk sta jij voor waar jij in gelooft, oftewel je kernwaarden?

Zoals je ziet heeft zelfvertrouwen niet alleen te maken met competentie. Het heeft ook te maken met hoe goed jij voor jezelf kunt zorgen. Durven staan voor wie jij bent en waar jij in gelooft. En hoe betrouwbaar jij voor jezelf bent.

Zelfvertrouwen volgens de moderne psychologie

Natuurlijk is het waar de je zelfvertrouwen groeit, wanneer je van jezelf gelooft dat je meer kunt. Maar volgens de (huidige) moderne psychologie is dit maar één deel van het verhaal. Het andere deel is waardigheid: De waarde die jij in jezelf ziet. En die twee gecombineerd, vaardigheid en waardigheid, bepalen jouw zelfvertrouwen.

Vaardigheid lijkt me duidelijk. Competentie. Hoe goed jij ergens in bent en vooral misschien ook wel waar jij allemaal goed in bent. Vaak willen we namelijk in meer dan één ding goed zijn.

Waardigheid staat hier los van. Dit gaat namelijk echt om de waarde die jij in jezelf ziet als mens, ongeacht waar je goed in bent.

Als één van deze twee laag is, dan zorgt dit ervoor dat je voor je gevoel geen of weinig zelfvertrouwen hebt. Nergens goed in zijn, of eigenlijk: geloven dat je nergens goed in bent, is desastreus voor je zelfvertrouwen. Maar ook geloven dat je weinig of niks waard bent, komt je zelfvertrouwen niet ten goede. En vaak gaan deze twee hand in hand.

Maar hoe ontstaat dan dit zelfvertrouwen? Geloven we al van nature in onszelf en raken we dit kwijt of is dit iets wat zich in meer of mindere opbouwt in onze kinderjaren?

De ontwikkeling van jouw zelfvertrouwen

De basis van jouw zelfvertrouwen ligt in jouw kindertijd. Of je met zelfvertrouwen geboren wordt of niet, weet ik niet, maar zelf denk ik dat we op zijn minst met een bepaalde hoeveelheid zelfvertrouwen ter wereld komen. We zijn ons er misschien alleen nog niet van bewust.

Want, heb jij ooit een kind gezien wat niet durfde te gaan lopen? Die na een paar keer vallen op zijn of haar kont het opgaf en dacht “Ik kan dit niet”? Nee, toch?

Volgens mij wordt elk kind geboren met een zeker gevoel van ‘Ik kan dit’ of ‘Ik kan dit leren’, ook al kunnen ze daar nog niet die woorden aangeven. Ook met de eigenwaarde van de meeste kinderen zit het wel goed. Want denken we in het begin niet allemaal dat hele wereld om ons draait?

Ik geloof echt dat we allemaal met zelfvertrouwen geboren worden. Het is wat er daarna gebeurd of dit zelfvertrouwen nog sterker wordt of dat het afneemt.

Het ontwikkelen van een sterk zelfvertrouwen

Om een sterk(er) zelfvertrouwen te kunnen ontwikkelen is het nodig dat je aan de ene kant ziet dat je dingen zelf kunt. Dat je zelfredzaam bent. Doordat jij vroeger tig keer op je kont bent gevallen, maar door te oefenen steeds beter leerde lopen, heb jij het vertrouwen in jezelf gevonden dat jij competent bent in de vaardigheid lopen. Hetzelfde geldt voor praten, fietsen, je veters strikken, etc. Allemaal vaardigheden die jij nu doodnormaal vindt om te kunnen en waar jij geen moment aan jezelf twijfelt. Hoop ik tenminste.

Aan de andere kant is het nodig om jezelf te blijven waarderen. Elk kind, wat niet al vanaf babytijd aan zichzelf leert twijfelen heeft namelijk een behoorlijke hoeveelheid zelfwaardering. Zolang die zelfwaardering gestimuleerd wordt. En als je als kind niet aan je eigen waarde leert twijfelen, zit het met dit deel van het zelfvertrouwen wel goed.

Kortom, als jij ouders, opvoeders, docenten of wie dan ook in je leven hebt gehad, die jou stimuleerden om het lekker zelf uit te zoeken en uit te proberen. En daarbij jouw waarde niet in twijfel werd getrokken. Dan was je in staat om een ijzersterk zelfvertrouwen te krijgen.

Maar dit is helaas niet de omgeving waar de meeste van ons in opgroeien.

Zelfvertrouwen in je opvoeding

Zelfvertrouwen tijdens de opvoeding

Het eerste wat hier belangrijk is om te weten, is dat vrijwel alle ouders en opvoeders het beste met hun kinderen voor hebben. Onze ouders wilden juist dat we opgroeiden tot gezonde, sterke volwassenen die hun eigen boontjes wel kunnen doppen. En als jij nu zelf een ouder bent, denk ik dat je hevig zit te knikken dat dit ook is wat jij voor jouw kinderen wilt.

Jouw ouders of opvoeders
Ze hadden het beste met jou voor
Ze deden hun best

Maar doordat ze zelf ook niet wisten hoe je zelfvertrouwen vergroot of verzwakt en ze zelf mogelijk ook niet het beste voorbeeld van hun ouders hebben gekregen, hebben ze waarschijnlijk een aantal dingen gedaan die een negatief effect hebben gehad op jouw zelfvertrouwen.

Beschermende ouders

Veel ouders denken dat ze hun kinderen een dienst doen door van alles voor ze te doen. En natuurlijk, je laat een kind van vier nog niet zijn eigen eten koken. Ik bedoel hiermee niet dat je je kind alles zelf moet laten doen. Of dat jij als kind alles zelf had moeten doen. Het gaat erom dat kinderen de kans krijgen om zelf uit te zoeken hoe ze dingen aan moeten pakken.

Veel ouders laten hun kinderen het niet zelf proberen en hiermee proberen zij hun kinderen te beschermen. Voor het maken van fouten. Voor teleurstelling.

Maar door steeds maar te zeggen ‘Dat doe ik wel even voor je’, leert een kind niet dat het het ook zelf kan. Dat ze ook zelf problemen op kunnen lossen. En ja, op het moment dat jij je veters leerde strikken bijvoorbeeld, was dat een probleem wat je nog op moest leren lossen.

Door het voor je te doen, hoef je als kind geen teleurstelling te voelen als het niet lukte. Maar het is juist ontzettend belangrijk dat we wel leren omgaan met teleurstelling. Dit ga je hoe dan ook tegenkomen in je leven.
Plus, je had het nodig om te leren zien dat jij niet altijd afhankelijk bent van een ander, maar dat je het zelf op kunt lossen.

Doordat je het niet zelf uit mocht proberen, heb je niet geleerd dat je het ook zelf kunt. Dat je het in je hebt om uit te vogelen hoe iets werkt. Je hebt niet geleerd hoe zelfredzaam jij bent. En dat niet geloven in je eigen kunnen, is wat zelfvertrouwen verzwakt.

Kritische ouders

Naast de beschermende ouders kennen we ook de kritische ouders. De ouders die het niet snel goed vonden. Die altijd vond dat je het beter moest doen.

Kwam jij bijvoorbeeld thuis met je rapport van school. Helemaal trots dat alles voldoende was en dat je zelfs een acht op Duits had en kreeg je van je ouders te horen dat je echt nog wel beter je best kon doen voor die zesjes op je rapport.

Ook hier bedoelen ouders het goed. Ze proberen je hiermee extra te stimuleren. Door aan te geven wat er allemaal beter kan, weet je immers waar je kunt verbeteren. Dit is hoe de meeste van ons, generatie op generatie hebben geleerd om onszelf en anderen aan te moedigen: door kritisch te zijn.

Het effect is helaas het tegenovergestelde. Het geeft juist het gevoel ergens niet goed genoeg in te zijn. En als je bij bijna alles te horen krijgt dat het beter kan, ga je ook geloven dat je nergens goed in bent. Maar dat is niet het enige. Wat het namelijk ook doet is je eigenwaarde aantasten, doordat je het gevoel krijgt überhaupt niet goed genoeg te zijn.

We weten ondertussen allebei wat voor effect dit heeft en heeft gehad op jouw zelfvertrouwen.

Zelfvertrouwen op school

Zelfvertrouwen in het onderwijs

Net als jouw ouders deden jouw leraren hun best. Ze wilden jou zoveel mogelijk bijbrengen. Zoveel mogelijk leren. In alle onderwerpen en vakken die je op de basisschool, op de middelbare school en tijdens je vervolgopleiding kreeg.

Op de basisschool was dit rekenen, schrijven, topografie… Op de middelbare school wiskunde, natuurkunde, geschiedenis, Nederlands, Engels… En tijdens je vervolgopleiding? Tja, dat is natuurlijk heel erg afhankelijk van de opleiding die jij koos.

Zo hoog mogelijk scoren

Herinner je je nog dat je heel veel testen, toetsen, proefwerken en tentamens moest maken? En dat, wanneer je de uitslag terugkreeg, daar bovenaan (of onderaan kan ook) dan stond hoeveel je er fout had en het cijfer wat daarbij hoorde?

Maar stond er ooit hoeveel je er goed had? Werd er ooit tegen je gezegd ‘Joh, je had 14 van de 20 goed. Wat goed van je!’? Nee, je had er 6 fout. Er waren 6 fouten voor jou om te verbeteren.

Ook dit is weer goed bedoeld. Want de gedachte is natuurlijk dat wanneer jij ziet wat je fout hebt gedaan, dat je dan ook weet waar je nog op kunt concentreren om dat de volgende keer wel te goed te kunnen.

Klinkt goed, maar het had ook een ander effect. De focus kwam hierdoor vooral te liggen op nog niet goed genoeg zijn. Op incompetentie. Zeker als je onvoldoendes haalde. Een fout betekende dat je nog niet goed genoeg was.

Terwijl ook aandacht voor alles wat je wel goed had gedaan jouw zelfvertrouwen had kunnen versterken, heeft deze focus op de fouten een negatief effect gehad op jouw zelfvertrouwen.

Overal goed in moeten zijn

Ik noemde net een behoorlijke reeks aan onderwerpen en vakken die jij vroeger op school kreeg. Die lijst kun je natuurlijk nog veel langer maken, want ze hier allemaal noemen is een beetje te veel van het goede. Waar je op je toets vermeld kreeg hoeveel fouten je had gemaakt, kreeg je op je rapport een overzicht van alle gemiddelde cijfers die jij de afgelopen periode had gehaald.

Waar lag de focus op die cijferlijst? Kreeg je vooral complimenten voor alle vakken waar je hogere cijfers voor had? Of ging het, tijdens bijvoorbeeld een voortgangsgesprek, vooral over de cijfers die net of niet voldoende waren?

Mijn gok is vooral op de laatste. Want overal voldoende (en het liefst nog hoger) op halen was belangrijk. Ook hier lag de focus op vooral je zwakke punten, in plaats van op je sterke punten, waardoor je het gevoel kreeg dat je vooral niet goed genoeg was.

Zelf vind ik die vereiste om overal goed op te scoren ook niet kloppen. Ja, je kunt zeggen dat je op de basisschool en de middelbare basiskennis leerde die iedereen moet kennen, maar is dat echt zo?
Wij zijn allemaal anders. We hebben allemaal onze eigen talenten en interesses en dat betekent dat we niet allemaal overal even goed in zijn.

Maar dat is niet wat je leerde op school. Daar leerde je onbewust dat er blijkbaar iets verkeerd aan je was als je niet overal even goed in kon zijn.

Ik denk dat ik bijna niet meer hoef te zeggen wat voor effect dit op je zelfvertrouwen had, of wel?

Leeftijdsgenootjes en zelfvertrouwen

Het effect van leeftijdsgenootjes

Naast jouw ouders & opvoeders (waar je ook je opa’s, oma’s, ooms, tantes, buurmannen, buurvrouwen, etc. bij mag rekenen) en je leraren is er nog een groep die veel effect op jouw zelfvertrouwen kan hebben gehad. Zowel positief als negatief. En dat waren jouw leeftijdsgenootjes.

Heb jij een geweldige kindertijd gehad met leuke vriendjes en/of vriendinnetjes? Die jou steunden en oprecht blij voor je waren als er iets leuks voor je gebeurde? Dan heeft dit je vast geholpen om een positief zelfbeeld op te bouwen wat jouw zelfvertrouwen goed heeft gedaan.

Helaas is het tegenovergestelde ook mogelijk. Veel kinderen worden nu en werden gepest. En als je net als ik hier ervaring mee hebt, dan weet je wat voor effect dit heeft op je zelfbeeld. Op je eigenwaarde. Hoe onzeker dit je kan maken en hoe je zelfvertrouwen als sneeuw voor de zon lijkt te verdwijnen.

Het pesten had niks met jou te maken

Natuurlijk voelde dit pesten heel persoonlijk voor je. Dat het je echt het gevoel heeft gegeven dat jij, in ieder geval in hun ogen, verschrikkelijk was en dat er iets mis was met jou. Dat je het niet waard was of in ieder geval minder waard dan jouw leeftijdsgenootjes. Ik heb dat gevoel ook heel lang met mij meegedragen en soms is het er nog.

Maar ondertussen weet ik ook dat het pesten niets te maken had met mij als persoon. En dat het, ook al was ik er niet bij, ook niets te maken had met jou.

Waar het dan wel om ging? Om de onzekerheid van de pester zelf. Jij was het doelwit om hun eigen onzekerheid te verbergen. Het doelwit zodat ze zelf konden laten zien hoe sterk en dominant zij waren, terwijl ze zich helemaal niet zo voelden. En ze vielen jou aan op alles waar ze zelf onzeker over waren.

Ik weet dat dit inzicht niet meteen alles veranderd en dat je hierdoor opeens al je zelfvertrouwen weer terug hebt, maar ik hoop dat dit je een klein beetje mag helpen om te gaan zien dat er niks mis met je was en dat er ook nu nog steeds niks mis met je is.

Misverstanden over zelfvertrouwen

Misverstanden over zelfvertrouwen

Zoals je net hebt kunnen lezen kan er in jouw kindertijd veel gebeurd zijn waardoor jouw zelfvertrouwen niet zo groot is als jij graag zou willen. Ik hoop natuurlijk dat jezelf hooguit in een deel ervan herkende en niet in alles. Maar of je het nu een beetje herkent of heel veel, ik ga je zo laten zien wat je anders mag gaan geloven, waardoor jij weer meer vertrouwen in jezelf gaat krijgen.

Voordat ik daarmee begin heb ik eerst nog iets anders wat ik me je wil delen. Want niet alleen alles wat je hebt geleerd over hoe vaardig en waardevol jij bent heeft effect op jouw zelfvertrouwen, maar ook hoe wij tegen zelfvertrouwen aankijken. Wat wij denken dat het betekent om zelfvertrouwen te hebben.

Daarom eerst een aantal misverstanden over zelfvertrouwen die we uit de weg mogen ruimen.

Misverstand 1: Je mag nooit aan jezelf twijfelen

Iemand met zelfvertrouwen gelooft natuurlijk altijd in zichzelf, of niet? Die denkt dat hij of zij alles kan ook al is het de allereerste keer dat ze iets gaan doen. Of zoals Pipi Langkous zei: “Ik heb het nog nooit gedaan. Dus ik geloof dat ik het wel kan.”

Nee, dat is niet hoe zelfvertrouwen werkt. Het is juist doodnormaal om wel af en toe aan jezelf te twijfelen. Zeker wanneer je met iets nieuws begint en je helemaal nog niet weet of je het kunt of niet. We moeten allemaal ergens beginnen en we kunnen niet overal meteen in uitblinken. We moeten het eerst leren.

De druk dat je altijd in jezelf moet geloven en nooit aan jezelf mag twijfelen, legt de lat juist zo hoog dat het een extra drempel wordt om iets nieuws te gaan leren. Want ja, je wilt jezelf natuurlijk niet laten zien dat je het nog niet kunt.

Twijfel dus vooral wel lekker aan jezelf. Jezelf afvragen of je iets wel of niet kunt is juist heel gezond. De valse bravoure dat je alles wel kunt, is juist heel ongezond en onrealistisch.

Het is alleen niet de bedoeling dat eeuwig aan jezelf gaat twijfelen. Wanneer je iets al vaker hebt gedaan en je van jezelf hebt gezien dat het al redelijk kunt, dan mag je die twijfel loslaten. Ja, het kan dan nog steeds fout gaan. Fouten maken hoort erbij. Fouten maken is menselijk, hoe goed je ergens ook in bent.

Misverstand 2: Je moet alles kunnen

Naast dat je natuurlijk nooit aan jezelf mag twijfelen, moet je vooral ook overal goed in zijn. Fouten maken is daarbij uiteraard uit den boze!

Voel je hoe onredelijk dit klinkt? Natuurlijk kunnen we niet alles. Niemand kan dat. Er is zoveel in deze wereld waar je goed in zou kunnen worden, dat het onmogelijk is om overal goed in te zijn.

Het is ook helemaal niet erg om niet alles te kunnen. En het is ook helemaal niet erg als niet alles WILT kunnen. We hoeven nou eenmaal niet overal goed in te zijn en juist doordat we allemaal andere vaardigheden hebben, vullen we elkaar aan.

Waar het wel om gaat bij zelfvertrouwen is het vertrouwen dat als je het wilt, dat je het dan kunt leren. Dat je er goed in kunt worden. Dat wanneer je voor een uitdaging staat waarvan je nog niet weet of je het kunt (gezonde twijfel!) je gelooft dat je de oplossing wel gaat vinden.

Ook al vind je de oplossing niet in één keer en maak je daarbij fouten. De fouten horen erbij en helpen je juist om de oplossing wel te vinden. Elke fout is een aanwijzing in de goede richting.

En ook als dat betekent dat je het niet (helemaal) zelf gaat doen, maar hulp in gaat roepen. Hulp vragen is net zo goed een deel van de oplossing.

Misverstand 3: Wanneer je zelfvertrouwen hebt, ben je nooit zenuwachtig

Je zit in het theater te wachten tot de show begint. Jouw favoriete cabaretier of die spreker die je al heel lang live wilde horen spreken komt enthousiast het podium op. Wow, wat ziet hij of zij er zelfverzekerd uit. Totaal niet zenuwachtig!

Maar daar heb je het mis. Want die persoon die net vol enthousiasme het podium op is komen lopen of rennen heeft hoogstwaarschijnlijk ook even zijn of haar twijfelmomenten voor het optreden gehad. Heeft zich ook even afgevraagd hoe het vandaag zal gaan.

Hoe gaat het publiek reageren?
Gaat alles goed met de techniek?
Zal ik het podium oplopen of rennen? Want ja, wat nou als ik struikel?

Ook hij of zij heeft even diep adem moeten halen en zichzelf bemoedigend toe moeten spreken voordat de show begon.

Zenuwachtig zijn is doodnormaal. Die zenuwen zijn een bescherming. Ze zorgen ervoor dat je op dat moment extra alert bent op wat er om je heen gebeurt, zodat je, mocht er iets onverwachts gebeuren, je sneller kunt reageren.

Hoe vaker je iets doet, hoe gewoner iets wordt en hoe minder zenuwen je gaat voelen. Maar zelfs als je iets al honderd keer gedaan hebt, maar het elke keer weer een uitdaging is, kun en mag je die zenuwen nog steeds voelen.

Wat wel belangrijk is, is dat je je niet tegen laat houden door die zenuwen. Dat je, hoewel je zenuwen voelt, je nog wel die uitdaging aangaat. Zolang jij die uitdagende stap durft te zetten, ook al is het spannend, is je zenuwachtig voelen de normaalste zaak van de wereld.

Je zelfvertrouwen vergroten

Okee, wat nu?

Zoals je ziet wordt hoeveel zelfvertrouwen jij hebt of denkt te hebben, volledig bepaalt door hoe jij over jezelf, over je vaardigheden, over je eigenwaarde en over hoe het is om zelfvertrouwen te hebben. En als jij nu van jezelf gelooft dat je weinig zelfvertrouwen hebt, dan betekent dat je in één of meerdere van deze jezelf overtuigingen hebt aangeleerd die jou tegenhouden om je zelfverzekerd en vol zelfvertrouwen te voelen.

Daarom wil ik hier met jou een aantal inzichten delen, die je in plaats daarvan mag geloven:

1. Jij hebt al zelfvertrouwen

Zelfvertrouwen is geen alles of niets. Het is niet iets wat je wel of niet hebt. Je hebt al zelfvertrouwen. Alleen op dit moment is dat minder dan jij wilt hebben of voor jouw gevoel zou moeten hebben.

Er zijn al dingen, zaken, vaardigheden waar jij best wel vertrouwen in jezelf hebt. Al is het maar dat je auto kunt rijden. Of kunt fietsen. Of desnoods dat je je veters kunt strikken. Herinner je je nog wat voor overwinning dat was?

Of misschien is het zo dat je al wel je eigen beslissingen en meningen vertrouwt. Dat je het vertrouwen hebt dat je in ieder geval voor het grootste gedeelte voor jezelf kunt zorgen. Of dat je integer bent naar jezelf en naar anderen. Dat je je afspraken nakomt, ook de afspraken met jezelf.

Zelfvertrouwen heeft ook geen einddoel en dat je pas mag zeggen dat je zelfvertrouwen hebt, wanneer je daar bent. Nee, zelfvertrouwen is een reis waar je zelfvertrouwen stapje voor stapje groter wordt.

Het is dus niet dat jij totaal geen vertrouwen in jezelf hebt. Je hebt al zelfvertrouwen en vanaf hier kun je dat zelfvertrouwen nog sterker maken.

2. Je kunt meer zelf dan je denkt

Mogelijk ben je opgevoed in een omgeving waar veel voor je werd gedaan. Waar je ouders had die jou probeerden te beschermen voor teleurstelling. De teleurstelling die je zou voelen wanneer je iets nieuws leerde en het niet lukte. Waardoor je bent gaan geloven dat er maar weinig is wat je zelf kunt, maar dat je in plaats daarvan altijd iemand nodig hebt om het voor je te doen. Waardoor je geleerd hebt dat je niet zelfredzaam bent.

Maar jij bent meer zelfredzaam dan jij van jezelf gelooft. Geloven dat je het niet zelf kunt is één van die overtuigingen die jij jezelf hebt aangeleerd, maar die jou nu tegenhoudt.

En nee, natuurlijk kun je niet alles.
En zeker niet in één keer.
Dat hoeft ook helemaal niet.

Het betekent ook niet dat je nooit hulp mag vragen.
Dat je alles zelf moet kunnen.

Waar het wel omgaat is gaan geloven dat je het zelf kunt leren doen als jij dat wilt. Dat je je niet tegen laat houden door de gedachte dat je het nog niet kunt. Hoe meer je zelf gaat doen, hoe meer je gaat zien wat je wel allemaal kunt. Daardoor ga je steeds zelfredzamer worden en groeit jouw zelfvertrouwen.

3. Jij bent al waardevol, ongeacht wat je kunt

In ons leven hebben we het gevoel dat er heel veel van ons wordt verwacht.

Dat we op een bepaalde manier zijn.
Dat we bepaalde competenties hebben.
En dat we van alles bereiken.

Dat kan je het gevoel geven dat je het pas waard bent als je aan al die verwachtingen kunt voldoen. Als je de persoon bent die je denkt dat je moet zijn. Wanneer je competent bent in die vaardigheden die je denkt te moeten hebben. En wanneer je kunt laten zien dat je succesvol bent.

Maar jouw waarde als mens wordt niet bepaald door dat wat jij wel en dat wat jij niet kunt. Ook niet door wie je wel of niet bent. Of dat wat je bereikt. Je bent hoe dan ook waardevol. Puur omdat jij jij bent.

Wij zijn allemaal waardevol.
Jij, ik, iedereen.

Heb je dan toch het gevoel dat je waardevoller bent als je bij kunt dragen? Weet dan dat ook op jouw manier kan. Dat je daarvoor niet per se competent hoeft te zijn in alles waarvan je denkt dat je daar competent in moet zijn. Jij hebt jouw eigen schitterende eigenschappen en talenten.

Jij bent al goed zoals je bent en hoeft daar niemand anders voor te zijn.

Je hoeft niet alles te kunnen

4. Je hoeft niet alles te kunnen

Het is echt niet dat je alles moet kunnen. Dat je overal de beste in moet zijn. Ook al heb je dat gevoel wel gekregen op school, waar je op elk vak zo hoog mogelijk moest scoren. Toen merkte je al dat het ene vak je veel makkelijker afging dan het andere. En dat komt doordat je nou eenmaal niet overal even goed in bent. Of dat niet alles je evenveel interesseert. En ja, vakken die je niet zo interessant vond, kostten echt meer moeite.

Daar is niks mis mee. We zijn hier niet gekomen om overal even goed in te zijn. Als we allemaal overal even goed in zouden zijn, dan zouden we met z’n allen juist overal middelmatig in zijn. Plus, er is gewoon veel te veel in dit leven om goed in te kunnen zijn. Het is gewoon onmogelijk om alles te kunnen, zelfs als zou je dat oprecht willen

We hebben allemaal onze eigen unieke combinatie van eigenschappen, vaardigheden, talenten en interesses. We zijn niet gemaakt om allemaal in hetzelfde hokje te passen, ook als dat is wat wel je bent gaan geloven op school.

Dus, ben jij niet altijd even sterk in alle dingen waarvan jij denkt dat je daar goed in moet zijn? Vergelijk je jezelf met anderen die daar sterker in zijn dan jij en kost dit jou jouw zelfvertrouwen? Weet dan dat jij niet in dezelfde dingen sterk hoeft te zijn, maar dat jij jouw eigen sterke punten en competenties hebt.

5. Zelfs in die vaardigheden die je hebt, hoef jij niet uit te blinken

Ergens zo goed mogelijk in zijn. Van die 6 naar een 7 naar een 8 naar een 9. Dat is wat je leerde op school. Misschien was het nog niet zo erg als in andere culturen waar ze al teleurgesteld in je zijn als je een A haalt in plaats van een A+, maar voor veel heeft ook hier de focus gelegen op steeds hoger en beter scoren.

Op school, in je sport, later op je werk.
Goed, beter, best.

Maar het is helemaal niet nodig om de allerbeste te zijn.
Om ergens in uit te blinken.

Goed is echt genoeg.

Laat je zelfvertrouwen niet naar beneden halen omdat je het gevoel hebt dat je ergens nog niet goed genoeg in bent, terwijl je het wel aardig onder de knie hebt.

6. Je mag fouten maken

Sterker nog, het is noodzakelijk om fouten te maken. Fouten maken is echt geen teken dat je nog niet goed bent. Dat je het niet kunt. Het is geen teken van zwakte.

Fouten maken is een teken dat je aan het leren bent. Dat je bezig bent om ergens beter in te worden.

Toch hebben we ergens geleerd dat fouten maken slecht is. Je had er 6 fout en daarmee haalde je cijfer X. Hoe meer fouten je maakte, hoe slechter je ergens in was. En bij genoeg fouten werd het een onvoldoende. Een teken dat je er niet goed genoeg in was. Of zelfs dat jij niet goed genoeg was.

Maar die mensen die het voor jouw gevoel zo ontzettend ver hebben geschopt. Waar jij tegenop kijkt omdat ze zo succesvol zijn. Denk jij dat zij nooit fouten hebben gemaakt? Dat zij daar zijn gekomen omdat ze het als een natuurtalent allemaal in één keer goed hebben gedaan?

Nee! Juist de mensen die de ambitie hebben om het ver te brengen (en dat is een keuze, geen doel wat je na moeten streven) zijn de mensen die de meeste fouten van ons allemaal hebben gemaakt. Zij durfden het aan om fouten te maken, zodat ze daarmee konden zien wat wel en niet werkte. Om steeds sterker te worden in hoe ze het wel op konden lossen.

Fouten maken is een kracht. Fouten maken betekent dat je het aandurft om op je gat te gaan om ergens beter in te worden. Wees trots op de fouten die je maakt.

7. Jouw zenuwen zeggen niks over hoeveel zelfvertrouwen jij hebt

Je zelfvertrouwen afmeten aan alle mensen die altijd zelfverzekerd door het leven lijken te gaan, gaat jou alleen het gevoel geven dat jij geen zelfvertrouwen hebt. Want er is iets wat voor jou onmogelijk is om te zien: hoe zelfverzekerd ze echt zijn.

Je zenuwachtig voelen als je iets gaat doen wat uitdagend of nieuw is, is doodnormaal. Dat hebben we allemaal. Ook die mensen die heel zelfverzekerd lijken te zijn. Het verschil is alleen dat zij aan de buitenkant niet laten zien dat zij ook zenuwachtig zijn. En ze laten zich niet tegenhouden door die zenuwen. Hoewel ze het spannend vinden, doen ze het toch.

En dan hebben we het nog even niet over die mensen met valse bravoure, die altijd hoog van de toren schreeuwen hoe goed ze wel niet zijn en dat ze alles kunnen. Dit is een masker wat ze voorhouden om hun eigen onzekerheid te verbergen. Zij zijn juist de meeste onzekere mensen van ons allemaal. Of ze zijn blind voor hun eigen zwakke punten, die ze ongetwijfeld hebben.

Dat jij weleens zenuwachtig bent, zegt niks over hoe groot jouw zelfvertrouwen is. Zenuwachtig zijn betekent niet dat je geen zelfvertrouwen hebt. Wat wel iets zegt over jouw zelfvertrouwen is of jij, net als die zelfverzekerd ogende mensen, toch die uitdaging aan gaat. Ook wanneer het ontzettend spannend is.

8. Wat anderen van jou vinden, zegt niks over jou

We laten onze eigenwaarde en ons zelfvertrouwen zo vaak beïnvloeden door wat anderen van ons vinden. Voor veel van ons is dat al in onze kindertijd begonnen door vervelende opmerkingen van onze leeftijdsgenootjes of zelf van onze ouders en leraren. Zeker als je in je kindertijd bent gepest, heeft dit waarschijnlijk een behoorlijk litteken in jouw zelfvertrouwen gezet.

Dit litteken kan ik niet zomaar voor je weghalen. Geloof me, mijn litteken zit er ook nog steeds, maar wel minder sterk dan voorheen. Maar er is wel iets wat ik je graag mee wil geven. Dit geldt zowel voor wat jouw leeftijdsgenootjes vroeger tegen en over jou zeiden, als voor mensen die dit nu mogelijk doen.

Alles wat mensen van jou vinden zegt alles over henzelf en niets over jou.

Kinderen die jou mogelijk hebben gepest, waren zelf onzeker. Ze wilden zich sterker voelen door jou naar beneden te halen en deden dat op die delen waar ze zelf onzeker over waren.

Hetzelfde geldt voor mensen nu in jouw leven. Of het nu vrienden, collega’s, familieleden of vreemden zijn. Het enige waarover anderen iets van jou kunnen vinden is waar ze zelf overtuigingen over hebben. Iemand die zichzelf accepteert en zichzelf goed genoeg vindt, heeft het niet nodig om opmerkingen over ander te maken. Het betekent dus dat ze zelf onzeker zijn.

Wat je anderen ook hoort of hebt horen zeggen over jou, het is niet de waarheid. Het zegt niks over wat je wel en niet kunt. En het zegt niks over wat je wel en niet waard bent. Jij bent en blijft waardevol, wat een ander ook over jou zegt.

9. Weet dat je het kunt leren

We worden vaak onzeker van de gedachte dat we ‘het’ niet kunnen. Wat dit ‘het’ ook mag zijn. Maar zoals je hiervoor al hebt kunnen lezen gaat het er niet zo zeer om of je iets wel of niet kunt. Er is namelijk al genoeg wat je wel kunt om vertrouwen in jezelf te hebben. Bovendien hoef je niet alles te kunnen.

Je mag alleen een belangrijk woordje toe gaan voegen aan de gedachte dat je ‘het niet kunt’. Namelijk ‘nog’. Je kunt het NOG niet. Alles wat je op dit moment niet kunt, maar wat je wel heel graag wilt kunnen, kun je namelijk leren.

Dit betekent niet dat je alles ook moet leren. Nogmaals, je hoeft niet alles te kunnen en dat betekent dat je ook niet alles hoeft te leren. Het gaat erom wat jij WILT leren. Waar jij echt die intrinsieke motivatie voor voelt om goed in te worden. Wanneer jij die intrinsieke motivatie voelt, de interesse in dit onderwerp of deze vaardigheid, dan is dit jouw motivatie om dit te leren.

En nee, dat gaat niet in één keer goed. Je gaat hier niet van het ene op het andere moment goed in zijn. Het gaat met vallen en opstaan. Stapje voor stapje. Maar elke stap leer je bij. Word je er beter in.

10. Je zelfvertrouwen groeit door te doen

Ik hoop dat alles wat hiervoor staat jou al heeft laten zien dat jij vertrouwen in jezelf mag hebben. Dat hiermee jouw zelfvertrouwen al sterker is dan het was toen je aan dit artikel begon.

Maar wil je je zelfvertrouwen nog sterker maken?
Weet dan dat jouw zelfvertrouwen gaat groeien als je in actie komt.

Elke uitdaging die je wel aangaat laat jou namelijk zien hoeveel jij al kunt en hoe zelfredzaam jij al bent. Als je daar fouten bij maakt is dat geen probleem, want elke fout die je maakt is een nieuwe les, die jou laat zien wat je de volgende keer beter kunt doen. Elke uitdaging, elke nieuwe stap en elke fout leer je bij en groeit jouw competentie. En daarmee groeit jouw zelfvertrouwen als het gaat om hoe vaardig jij jezelf vindt.

Hoe daarbij in gedachten dat je hoe dan ook waardevol bent. Wie je ook bent, wat je ook doet en waar je ook goed in bent. Doe dit en jouw zelfvertrouwen kan niet anders dan groter worden.

Deel dit op social media:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wil je nooit iets missen?

Schrijf je dan nu in, zodat je de inspiratiemails altijd direct in je mailbox ontvangt!

(Jouw gegevens zijn 100% veilig bij mij. Je kunt je hier te allen tijde voor uitschrijven.)